201505.08
0

Hoge Raad 24 april 2015: Hoe werkt het als meerdere algemene voorwaarden van toepassing zijn?

Dit arrest is interessant voor bedrijven die veel met algemene voorwaarden te maken hebben (zie ECLI:NL:HR:2015:1125). In deze zaak ging het over de situatie dat de verkoper van 600 ton mais aan de firma ForFarmers in zijn offerte verwees naar twee verschillende sets algemene voorwaarden.

In set 1 (de Conditiën van de Nederlandse Handel in Granen en Diervoedergrondstoffen, afgekort: C.N.G.D.) stond dat geschillen moesten worden voorgelegd aan een arbitraal college en in set 2 (de Algemene Verkoop- en Betalingsvoorwaarden van de verkoper zelf) stond dat alle geschillen aan de Rechtbank Zeeland moesten worden voorgelegd.

Vanwege een – volgens ForFarmers – te hoog dioxinegehalte in het mais heeft ForFarmers de verkoper gedagvaard voor de Rechtbank Zeeland. De verkoper wees er echter op dat de Rechtbank Zeeland helemaal niet bevoegd was om het geschil te behandelen, omdat ingevolge de C.N.G.D. alle geschillen aan een arbitraal college moesten worden voorgelegd.

  • Basisregels

De meest algemene regel, die voor alle contracten geldt, is dat de rechten en verplichtingen die partijen op zich nemen voldoende duidelijk moeten zijn (‘voldoende bepaalbaar’ – art. 6:227 BW).

Die rechten en verplichtingen kunnen in algemene voorwaarden worden vastgelegd. Algemene voorwaarden zijn al snel van toepassing, namelijk zodra deze van toepassing zijn verklaard. Het maakt niet uit of degene die de algemene voorwaarden van toepassing verklaart, wist of moest begrijpen dat zijn wederpartij de inhoud van de algemene voorwaarden niet kende (art. 6:232 BW).

Stel nu dat iemand in zijn offerte verwijst naar algemene voorwaarden en zijn wederpartij in zijn aanvaarding van die offerte verwijst naar andere algemene voorwaarden, dan heeft de tweede verwijzing alleen werking als daarin uitdrukkelijk de toepasselijkheid van de eerste verwijzing van de hand is gewezen (art. 6:225 lid 3 BW).

  • Twee sets algemene voorwaarden

Als gezegd had de verkoper in deze zaak in zijn offerte verwezen naar twee verschillende sets algemene voorwaarden. De oorzaak daarvan was dat in de offerte was opgenomen dat de C.N.G.D. van toepassing waren, maar in de voorgedrukte tekst op het briefpapier werd verwezen naar de eigen Algemene Verkoop- en Betalingsvoorwaarden.

ForFarmers stelde zich daarom op het standpunt dat beide sets algemene voorwaarden niet van toepassing waren. In dit verband verwees ForFarmers naar het Visser/Avéro-arrest (HR 28 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2507). In dit arrest was aan de orde dat in één contractsbepaling twee verschillende sets algemene voorwaarden van toepassing werden verklaard. De Hoge Raad oordeelde toen dat het voor de wederpartij niet begrijpelijk was welke algemene voorwaarden dan van toepassing zouden zijn. Daarom maakte geen van beide, onderling verschillende, stellen algemene voorwaarden deel uit van de overeenkomst, aldus de Hoge Raad. Volgens ForFarmers was dit arrest van toepassing op de zaak, met als conclusie dat beide sets algemene voorwaarden niet van toepassing waren en de overheidsrechter bevoegd was om over de zaak te oordelen.

De Hoge Raad gaat daar niet in mee. In het aan het Visser/Avéro-arrest ten grondslag liggende feitencomplex stond de dubbele verwijzing in één bepaling met gebruik van het woord “of”, zonder dat op enigerlei wijze was aangegeven of nader geregeld welke van die sets in het gegeven geval van toepassing zou zijn. De rechten en verplichtingen waren als gevolg daarvan niet voldoende bepaalbaar in de zin van art. 6:227 BW. In de onderhavige zaak van ForFarmers lag het echter anders, want de dubbele verwijzing was op twee verschillende plaatsen opgenomen, t.w. in de tekst van de offerte zelf respectievelijk in de voorgedrukte tekst op het briefpapier. Volgens het hof – en de Hoge Raad gaat daarin mee – bedoelden partijen dus dat de C.N.G.D. van toepassing waren. De Hoge Raad onderbouwt dit als volgt:

“Bij de beoordeling van hetgeen partijen in dit verband over en weer redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden en te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, kan de rechter gewicht toekennen aan onder meer de wijze waarop de desbetreffende bedingen in de overeenkomst zijn vermeld, dan wel geïncorporeerd (vgl. HR 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:AF5538, NJ 2003/506).”

Uit het oordeel van de Hoge Raad volgt naar mijn mening dat eerst moet worden onderzocht wat de partijbedoelingen waren. De overeenkomst moet aan de hand van die bedoelingen worden uitgelegd. Als uit die uitleg volgt dat zowel de forumkeuze voor de Rechtbank Zeeland als de forumkeuze voor het arbitraal college van toepassing is, is sprake van tegenstrijdige en daarom onvoldoende bepaalbare verbintenissen in de zin van art. 6:227 BW. Als de overeenkomst zo moet worden uitgelegd dat het arbitrale college bij uitsluiting bevoegd is, ligt dat anders. Dan is immers geen sprake van met elkaar tegenstrijdige verbintenissen. In de onderhavige zaak was de toepasselijkheid van de C.N.G.D. opgenomen in de offerte en die van de Algemene Verkoop- en Betalingsvoorwaarden in de voorgedrukte tekst op het briefpapier. Daarom heeft het hof de overeenkomst zo uitgelegd dat partijen beoogden dat de C.N.G.D. van toepassing waren.

  • Advies

Het oordeel van de Hoge Raad lijkt heel logisch en redelijk. Als in de offerte staat dat de C.N.G.D. van toepassing zijn is het een beetje flauw om dat te bestrijden onder verwijzing naar voorwaarden waar toevallig in de voorgedrukte tekst op het briefpapier naar wordt verwezen. Waar de scheidslijn met de situatie uit het Visser/Avéro-arrest ligt is echter vrij vaag en is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval, met alle rechtsonzekerheid van dien. Mijn advies is dan ook dat voorzichtig wordt omgegaan met het gebruik van algemene voorwaarden en dat personeel dat contracten sluit goed wordt voorgelicht over de do’s and dont’s.