201606.23
0

Snowboarden en feestbezoek tijdens ziekte: toch geen ontslag op staande voet

Hoe om te gaan met een zieke medewerker die in privé-tijd deelneemt aan bepaalde activiteiten waarbij de vraag kan worden gesteld waarom de medewerker hieraan wel kan deelnemen maar geen werkzaamheden kan verrichten.  Dat overkwam een autobedrijf in het zuiden van het land. Een  medewerker had zich ziek gemeld. De medewerker zou op 29 oktober 2012 weer kunnen werken. In de ochtend stuurde hij een sms-bericht waarin hij stelde dat hij te moe was om te werken en niet fit was. Op 30 oktober 2012 is hij toch weer aan het werk gegaan. De volgende dag meldde hij zich weer ziek. De bedrijfsarts adviseerde de medewerker voor halve dagen te gaan werken en de rest van de tijd uit te rusten. Op 1 november 2012 heeft de medewerker een halve dag gewerkt.

De werkgever was te weten gekomen dat de medewerker op zaterdag 27 oktober 2012 was gaan snowboarden. Die avond was hij naar een feest geweest. Op de woensdagavond 31 oktober 2012 had de medewerker een afspraak in een geluidsstudio. De werkgever dacht dat de medewerker niet ziek was op 29 oktober 2012. Hij had in het sms-bericht van 29 oktober 2012 ten onrechte doen voorkomen dat hij te moe was om te werken en niet fit was.
De werkgever heeft op 2 november 2012 in een gesprek de medewerker met het vorenstaande geconfronteerd. De werkgever meende dat de medewerker werkweigering kon worden verweten. De medewerker kreeg ontslag op staande voet.

Was dit een juiste beslissing of toch een uit emotie genomen?
De medewerker is naar de rechter gegaan. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 9 februari 2016 een uitspraak gedaan. Het hof meende dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was. De medewerker had naar het oordeel van het hof voldoende aangetoond dat hij door ziekte arbeidsongeschikt was en niet kon werken. De werkgever had moeten bewijzen dat de medewerker niet ongeschikt was om zijn werkzaamheden uit te voeren. Dat het de werkgever volgens het hof niet aangetoond. De enkele stellingen dat de medewerker op zaterdag was gaan snowboarden en op die avond een feest had bezocht en op woensdagavond een afspraak had gemaakt in een geluidstudio, waren voor het hof onvoldoende om te kunnen concluderen dat de medewerker niet arbeidsongeschikt was.

Deze uitspraak leert dat de werkgever voorzichtig moet zijn met het trekken van conclusies als hij bemerkt dat de medewerker tijdens arbeidsongeschiktheid aan bepaalde activiteiten deelneemt. Als hij twijfelt of de medewerker daartoe wel in staat is, dan zal de werkgever met deugdelijk bewijs moeten komen om maatregelen te kunnen nemen, zoals een ontslag op staande voet. Doet de werkgever dit niet en hij beëindigt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang, dan kan hem dat duur komen te staan.