201502.10
0

Transitievergoeding: bij ontslag na langdurige ziekte en bij gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Per 1 juli 2015 vervallen de vergoedingen op grond van de artikelen 7:685 BW (bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst) en 7:681 BW (schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag). Daar komt, door de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid, de transitievergoeding ex artikel 7:673 BW voor in de plaats. De transitievergoeding is met ingang van 1 juli 2105 een wettelijk recht van de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst. De werkgever en de werknemer kunnen onderling wel afwijkende afspraken maken over de hoogte van de transitievergoeding. Een vergoeding hoger dan de transitievergoeding mag wel. Lager mag niet.

De transitievergoeding geldt ook bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst na langdurige ziekte.

Als een arbeidsovereenkomst eindigt na langdurige ziekte (langer dan twee jaar) dan heeft de werknemer recht op een transitievergoeding. De werkgever heeft dan veelal al twee jaar salaris (of ten minste 70% daarvan) doorbetaald. Artikel 7:673 BW maakt echter geen onderscheid tussen arbeidsongeschikte werknemers en niet- arbeidsongeschikte werknemers. Dat betekent dat de werkgever zich bewust moet zijn van eventuele “slapende gevallen”. Hiermee worden werknemers bedoeld die al lang ziek zijn, voor wie geen loondoorbetalingsverplichting meer bestaat, maar die nog wel in dienst zijn. Indien de werkgever ervoor kiest om de arbeidsovereenkomst van deze werknemers te beëindigen (hiervoor is de UWV-route ex artikel 7:669 lid 3b BW verplicht) omdat er binnen 26 weken geen re-integratiemogelijkheden meer zijn, dan wordt de volledige transitievergoeding verschuldigd.

Hoe wordt de transitievergoeding vastgesteld bij partiële beëindiging van de arbeidsovereenkomst?

Een arbeidsovereenkomst kan gedeeltelijk eindigen. De werknemer gaat bijvoorbeeld van 40 naar 20 uur per week. Dat behoeft geen probleem te zijn als partijen dat overeenkomen. Zij kunnen dan een pro rato toepassing van de transitievergoeding afspreken. Maar stel dat de werknemer daar niet mee instemt en de werkgever een gedeeltelijk ontslag wil afdwingen. De kantonrechter ontbindt niet gedeeltelijk en UWV geeft geen ontslagvergunning voor de opzegging van een deel van de overeenkomst. In de praktijk wordt dan de ontbinding of de toestemming van UWV voor de gehele overeenkomst (40 uur per week) gevraagd en wordt er tegelijkertijd een nieuwe deeltijd overeenkomst aangeboden (20 uur). Die handelwijze heeft dan wel tot gevolg dat de gehele transitievergoeding verschuldigd is. De arbeidsovereenkomst eindigt immers in eerste instantie volledig. Als deze deeltijd overeenkomst (20 uur) vervolgens op enig moment ook eindigt, dan mag de voorheen al betaalde transitievergoeding worden afgetrokken van de op dat moment verschuldigde transitievergoeding.

Wilt u meer weten over de Wet werk en zekerheid, lees dan de notitie (pdf) over de WWZ