201604.15
0

VAR afgeschaft 1 mei 2016

Op 1 mei 2016 treedt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) in werking.

Daarmee is de zogenaamde Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) afgeschaft. De wettelijke bepalingen over de VAR komen te vervallen.

Modelcontracten

Vanaf 1 mei regelt de DBA de relatie tussen opdrachtgever en de zzp’er als opdrachtnemer. Of iemand wel of niet als zelfstandig ondernemer (en dus niet als werknemer) kwalificeert, moet blijken uit modelcontracten die tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers worden gesloten.

Een opdrachtovereenkomst kan aan de Belastingdienst worden voorgelegd en die dient binnen zes weken een schriftelijk oordeel te geven over de gevolgen voor de loonheffing (wel of geen werknemer).

De Belastingdienst heeft ook zelf modelovereenkomsten op haar website gepubliceerd. Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn niet verplicht een overeenkomst aan de Belastingdienst te overleggen. Het staat partijen dus vrij een eigen overeenkomst te hanteren, zolang er maar geen sprake is van schijnzelfstandigheid.

Wet DBA

De Wet DBA beoogt de schijnzelfstandigheid aan te pakken waarbij zogenaamde ondernemers zonder sociaal vangnet tegen een lagere vergoeding, maar met een verkapt dienstverband, voor een opdrachtgever werken. De DBA is gericht op het herstellen van de balans tussen de verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en opdrachtnemer en het verbeteren van de mogelijkheden tot handhaving door de Belastingdienst. De DBA beoogt niet de beoordeling te wijzigen of een arbeidsrelatie voor de loonheffingen een dienstbetrekking is, of dat er sprake is van ondernemerschap.

De Belastingdienst beoordeelt – net als voorheen – op basis van wetgeving en jurisprudentie of er sprake is van (schijn)zelfstandigheid. Het gaat daarbij om dezelfde criteria die een rol speelden bij de beoordeling van een VAR-aanvraag. Op de website van de Belastingdienst staat aangegeven naar welke zaken de fiscus kijkt bij de beoordeling of iemand wel of geen zelfstandig ondernemer is. Hoe zwaar de diverse gepubliceerde criteria in de praktijk zullen meewegen, blijkt niet uit de gepubliceerde regels.

Werkgever medeverantwoordelijk

Werkgevers worden anders dan onder de VAR nu medeverantwoordelijk voor de naleving van de modelcontracten. Het voordeel van een voorgelegde (voorbeeld)overeenkomst is dat een opdrachtgever vooraf zekerheid heeft dat hij geen loonheffingen en premies werknemersverzekering hoeft in te houden en af te dragen. Als bij een controle van de Belastingdienst echter blijkt dat de arbeidsrelatie toch moet worden gekwalificeerd als een (fictieve) dienstbetrekking, dan is de opdrachtgever echter alsnog loonheffing verschuldigd, eventueel met boete. Verder is de opdrachtnemer verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Onder de VAR waren opdrachtgevers nog volledig gevrijwaard waardoor uitsluitend de zelfstandige risico liep op naheffingen van de fiscus. Door de invoering van de DBA wordt dus des te belangrijker dat opdrachtgever en opdrachtnemer een juiste overeenkomst met elkaar sluiten.

De beoordeling van de arbeidsrelatie werkt niet (meer) automatisch door naar de inkomstenbelasting omdat de zelfstandige geen zekerheid krijgt over de fiscale kwalificatie van zijn inkomen. De Belastingdienst bepaalt pas bij het beoordelen van de aangifte inkomstenbelasting of deze moeten worden gezien als winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden.

Implementatietermijn

De VAR blijft tot 1 mei 2016 geldig als een zelfstandige tot deze datum onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden blijft werken. Van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 geldt een implementatietermijn. In die periode kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers eventueel hun werkwijze aanpassen om met de nieuwe overeenkomsten te kunnen gaan werken. Tot 1 mei 2017 houdt de Belastingdienst wel toezicht maar worden er nog geen repressieve handhavingsmaatregelen genomen behoudens overduidelijke gevallen van fraude.