201808.28
0

Wet die werkgever voor transitievergoeding voor langdurig zieke werknemers compenseert, in juli 2018 door tweede en eerste kamer aangenomen

Na lange tijd van onzekerheid komt deze regeling er toch. De werkgever die een langdurig zieke werknemer ontslaat en de transitievergoeding betaalt, kan UWV vragen de betaalde transitievergoeding te compenseren. De regeling kent een terugwerkende kracht tot 1 juli 2015.

De regeling in essentie:

  • de compensatie geldt voor elke werkgever die de transitievergoeding wegens ontslag van de langdurig zieke werknemer betaalt, ongeacht de omvang van het bedrijf;
  • voor de hoogte van de compensatie wordt aangesloten bij de berekening van de transitievergoeding die kort na de twee jaar ziekte verschuldigd zou zijn (langer laten doorlopen van het dienstverband zorgt niet voor een hogere compensatie);
  • de compensatie geldt ook voor (de kosten van) andere voorzieningen die in plaats van de transitievergoeding na afspraak met de werknemer zijn betaald;
  • de wet wordt van kracht 1 april 2020, met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015;
  • de compensatie kan worden aangevraagd tot zes maanden na de uitkering van de transitievergoeding aan de werknemer;
  • voor ‘oude gevallen’ (transitievergoedingen die zijn uitgekeerd in de periode van 1 juli 2015 tot 1 april 2020) geldt dat de aanvraag na 1 april 2020, maar uiterlijk 30 september 2020 moet zijn ingediend;
  • UWV zal de compensatieregeling uitvoeren;
  • (dit artikel is geschreven op 28 augustus 2018 en gaat dus in op de stand van de gepubliceerde wet op dit moment).

Voorgeschiedenis

In juli 2015 werd de wettelijke transitievergoeding ingevoerd. Deze vergoeding is de werkgever verschuldigd als hij het dienstverband met een werknemer beëindigt (zonder dat de werknemer van de beëindiging een ernstig verwijt kan worden gemaakt). De transitievergoeding is bijvoorbeeld verschuldigd als er sprake is van ontslag wegens reorganisatie, of als een werknemer moet vertrekken nadat een verstoorde arbeidsverhouding is ontstaan.

De transitievergoeding is dus een ontslagvergoeding. ‘Transitie’ duidt er op dat de vergoeding de werknemer kan helpen de periode te overbruggen naar een nieuw inkomen. De wettelijke transitievergoeding kwam in de plaats van de vergoeding berekend op basis van de zogeheten ‘kantonrechtersformule’, die geen wettelijke basis kende en die door veel werkgevers als ‘hoog’ werd ervaren.

Kritiek

Met de invoering van de transitievergoeding is daar tegelijkertijd kritiek op ontstaan, specifiek in die situatie van langdurig zieke werknemers. In tegenstelling tot de situatie van voor 1 juli 2015, geldt de verplichte wettelijke transitievergoeding namelijk óók bij ontslag na twee jaar ziekte, omdat de wetgever de betaling van de vergoeding ook belangrijk vindt in die situatie: ook een langdurig zieke werknemer moet met een transitievergoeding de overgang naar ander werk beter kunnen maken, of daarmee een inkomensdaling voor de langere termijn (deels) kunnen opvangen.

Die prijs vinden veel werkgevers bij ontslag na langdurige ziekte te hoog, ook omdat in Nederland een stelsel geldt waarbij de loonkosten en re-integratiekosten tijdens ziekte de eerste twee jaar voor rekening van de werkgever komen. Werkgevers hebben dan dus vaak al hoge kosten in verband met de langdurige ziekte van de werknemer moeten maken.

Slapend dienstverband

De oplossing die veel werkgevers daarom na 1 juli 2015 kozen was het dienstverband ‘slapend’ te houden: na twee jaar ziekte stopte de loondoorbetalingplicht en had de werkgever geen kosten meer gerelateerd aan het dienstverband. Door dan als werkgever geen ontslagvergunning bij UWV aan te vragen en dus niet op te zeggen en ook geen beëindiging met de werknemer af te spreken, komt er ook geen einde aan het dienstverband en is de transitievergoeding dus niet verschuldigd.

Werknemers hebben wel geprobeerd om in procedures bij de kantonrechter te claimen dat die houding van werkgevers niet zou mogen, om zo toch de betaling van de transitievergoeding af te dwingen, maar kantonrechters gaan daar niet in mee (alleen als de werkgever een ‘ernstig verwijt’ van de beëindiging na twee jaar ziekte kan worden gemaakt is het mogelijk dit als werknemer zelfstandig via de rechter af te dwingen, maar dit wordt heel terughoudend en daarmee maar bij hoge uitzondering door kantonrechters aangenomen).

Compensatie

De wetgever heeft na de invoering van de transitievergoeding in 2015 beoordeeld dat de praktijk van de slapende dienstverbanden niet wenselijk is. Een oplossing werd al snel aangedragen in de vorm van een compensatieregeling, waarbij de transitievergoeding door het UWV uit het Algemeen werkloosheidsfonds aan werkgevers wordt gecompenseerd. De politiek heeft echter bijna drie jaar hier tegen aangehikt en de invoering van de regeling was daardoor langere tijd onzeker. De compensatie komt er nu dus toch en geldt maximaal voor de transitievergoeding die een werkgever verschuldigd is na twee jaar ziekte (en berekend naar dat moment). Een verhoging van de transitievergoeding door het dienstverband langer dan twee jaar door te laten lopen, kan dus niet, die verhoging komt dan dus voor rekening van de werkgever zelf.

Invoering en terugwerkende kracht

UWV is gevraagd wanneer zij verwachten de nieuwe wet uit te kunnen voeren. UWV heeft aangegeven dit op 1 april 2020 te kunnen hebben ingericht. Om die reden is de formele inwerkingtreding van de wet dus nu voorzien voor 1 april 2020.

Werkgevers die voor de formele inwerkingtreding van de wet de transitievergoeding na twee jaar ziekte hebben betaald omdat zij het dienstverband wegens langdurige ziekte beëindigden (of dat nu was met een opzegvergunning van het UWV, of doordat zij een vaststellingsovereenkomst sloten met als reden de langdurige ziekte), kunnen met terugwerkende kracht de compensatie aanvragen. Volgens het concept uitvoeringsbesluit dat er nu ligt, zal de periode daarvoor wel beperkt zijn: de aanvraag kan worden gedaan vanaf 1 april 2020, maar moet zijn ingediend uiterlijk op 30 september 2020.

Kan ik nu als werkgever wat doen?

Het is dus zaak – als u als werkgever een dergelijke vergoeding aan een langdurig zieke werknemer heeft betaald – goed te agenderen de compensatie aan te vragen in 2020 (en voor 1 oktober van dat jaar).

Overweegt u nu het dienstverband met een zieke werknemer te beëindigen wegens langdurige ziekte en kunt u de betaling van een transitievergoeding financieren? Het valt dan aan te raden daar niet langer mee te wachten, omdat u anders later discussies kunt krijgen dat de transitievergoeding hoger is opgelopen doordat het dienstverband nog lang na de twee jaar ziekte is doorgelopen. Aan te bevelen is zaken per geval goed juridisch te laten toetsen, alvorens u een keuze maakt. Geen beëindiging is hetzelfde en de concrete risico’s kunt u het beste per specifiek geval laten beoordelen.

Neemt u alstublieft contact met ons op, als wij u verder kunnen informeren of assisteren bij de beëindiging van het dienstverband in geval van langdurige ziekte.