201608.04
1

Hof van Justitie EU 16 juni 2016: Bevoegdheid Nederlandse rechter in grensoverschrijdende geschillen

Dit arrest is belangrijk voor de procespraktijk, omdat het Hof van Justitie heeft bepaald dat de Nederlandse rechter in een grensoverschrijdend geschil over een onrechtmatige daad niet bevoegd is om de enkele reden dat het financieel verlies in Nederland is geleden. Tussen de vordering en Nederland moet een bijzonder nauw verband bestaan dat uit meer dan alleen dit financieel verlies blijkt. Klik hier voor de volledige tekst van het arrest.

1.Het volgende was aan de hand

Platenmaatschappij Universal kocht aandelen in de Tsjechische platenmaatschappij B&M. Bij het opstellen van de transactiedocumentatie maakte Universal gebruik van de diensten van een Tsjechisch advocatenkantoor. Dit kantoor maakte een fout waardoor de verkoopprijs werd verveelvoudigd ten opzichte van de beoogde verkoopprijs. Dit leidde tot een geschil tussen Universal en de verkopers, met als sluitstuk dat Universal bijna 2,5 miljoen euro meer moest betalen dan aanvankelijk was beoogd. Universal houdt het Tsjechische advocatenkantoor hiervoor aansprakelijk.
Universal is gevestigd in Nederland en stelt bij de rechtbank Utrecht een vordering in tegen de Tsjechische advocaten. Hoewel het geschil een duidelijke Tsjechische dimensie heeft, is de Nederlandse rechter volgens Universal bevoegd om de zaak te beoordelen. Ik zal het einde al verklappen. Zowel de rechtbank, het gerechtshof als het Hof van Justitie stellen Universal op dit punt in het ongelijk. Om dit oordeel goed te begrijpen – en om te begrijpen waarom het een bevredigende uitkomst op basis van een vage uitzondering op duidelijke regels is – licht ik de basisregels eerst even toe.

2.Verbintenis uit overeenkomst of onrechtmatige daad

Welke rechter in een grensoverschrijdend geschil bevoegd is moet worden bepaald aan de hand van de EEX-Verordening (hierna: EEX-Vo). De EEX-Vo lijkt een beetje op een determinatietabel. Eerst moet worden bepaald over wat voor verbintenis het eigenlijk gaat. Ter herinnering: naar Nederlands recht hebben we vijf soorten verbintenissen: uit overeenkomst; uit onrechtmatige daad; uit zaakwaarneming; uit onverschuldigde betaling en uit ongerechtvaardigde verrijking. De EEX-Vo werkt iets simpeler. In de zin van de EEX-Vo zijn er alleen maar verbintenissen uit overeenkomst en verbintenissen niet uit overeenkomst. Deze restcategorie valt onder de noemer onrechtmatige daad.
Naar vaste rechtspraak van het Hof van Justitie is sprake van een verbintenis uit overeenkomst als – samengevat – het verwijt ziet op de niet-nakoming van een contractuele verbintenis.[1] In alle andere gevallen is dus sprake van een onrechtmatige daad. Dat vergt onderzoek, maar een uitgebreide bewijsprocedure of onderzoek naar de juistheid van de vordering hoeft niet.[2] In de Universal-zaak was men het er kennelijk over eens dat het verwijt niet zag op de niet-nakoming van een contractuele verbintenis, maar op een onrechtmatige daad.

3.Het schadebrengende feit

Universal beriep zich op art. 5 lid 3 EEX-Vo, waarin ten aanzien van onrechtmatige daden is bepaald dat de rechter van het land waarin “het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen” bevoegd is. In de klassieke zin des woords betekent dit dat de rechter van de plaats waar onrechtmatig is/wordt gehandeld bevoegd is. Als we dit criterium toepassen op de Universal-zaak is de Tsjechische rechter dus bevoegd, want de Tsjechische advocaten hebben in Tsjechië een fout gemaakt.

Onder ‘het schadebrengende feit’ mag echter niet alleen de plaats waar de gebeurtenis zich voordeed die de schade veroorzaakte worden verstaan (het ‘Handlungsort’ in jargon). Ook de plaats waar de schade is ‘ingetreden’ (het ‘Erfolgsort’), dus waar de schade is geleden, mag als plaats waar ‘het schadebrengende feit’ zich heeft voorgedaan worden gekwalificeerd. Degene die schade heeft geleden mag zelf kiezen voor welk anker hij gaat liggen.[3]

Dat de plaats waar de schade wordt geleden ook als plaats waar de schade is veroorzaakt mag worden gezien ligt niet erg voor de hand (sterker nog, aangenomen dat op plaats X de schade is veroorzaakt en op plaats Y de schade is geleden, klopt het in elk geval taalkundig niet). Het heeft dan ook een bijzondere oorzaak. In de jaren ’70 loosde een mijnbouwbedrijf in de Elzas elke dag meer dan 10.000 ton chloor en zout in de Rijn, terwijl landbouwers stroomafwaarts gebruik maakte van water uit de Rijn voor bevloeiing van hun land. Het Hof van Justitie oordeelde in deze principiële zaak dat als op plaats X de schade is veroorzaakt en op plaats Y de schade is geleden de vrije keuze bestaat om in een van beide plaatsen naar de rechter te gaan. Hiermee kwam het Hof van Justitie de landbouwers te hulp, onder verwijzing naar begrippen als ‘nuttige procesinrichting’ voor ‘welbepaalde gevallen waarin een bijzonder nauw verband bestaat tussen een vordering en de [aangezochte] rechter’. Klik hier voor het volledige, lezenswaardige, arrest.[4]

Universal beriep zich op het ‘Erfolgsort omdat haar in Nederland gevestigde houdstermaatschappij het schikkingsbedrag heeft overgemaakt, en die houdstermaatschappij dus een paar miljoen euro armer is. Waar Universal echter weinig rekenschap van nam, is dat de uitzondering die het Hof van Justitie creëerde om boeren die de dupe van de Franse mijnbouw waren mee te hulp te schieten was ingegeven vanuit het ‘bijzonder nauw verband’ tussen de vordering en Nederland in die zaak. Tussen Nederland en de Tsjechische advocaten, die in Tsjechië m.b.t. een overname in Tsjechië een fout hadden gemaakt waardoor aandelen in een Tsjechisch bedrijf voor een te hoge prijs moesten worden gekocht, bestond nauwelijks een verband.

4.Oordeel Hof van Justitie

Het Hof van Justitie herhaalt dat de rechter van de plaats waar de gebeurtenis die schade veroorzaakte zich voordeed meestal het best in staat is om een zaak te behandelen: “vooral omdat de afstand geringer is en de bewijsvoering gemakkelijker”.[5] De schade is volgens het Hof van Justitie veroorzaakt in Tsjechië. Weliswaar is het schikkingsbedrag uiteindelijk vanuit een in Nederland aangehouden bankrekening betaald, maar dat levert nog geen bijzonder nauw verband op. Bij gebreke van andere aanknopingspunten kan het land waar de schade (in de woorden van het Hof van Justitie: het financieel verlies) wordt geleden dus niet als ‘Erfolgsort’ worden aangemerkt en is de rechter van dat land niet bevoegd. Niet de Nederlandse, maar de Tsjechische rechter is daarom in casu bevoegd om de zaak te behandelen “aangezien het om redenen die verband houden met een goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting, gerechtvaardigd is dat de Tsjechische rechter bevoegd is.”

5.Reflectie

Basisregel is dat in geval van een onrechtmatige daad de rechter van het land waar de schade is veroorzaakt bevoegd is. In uitzonderingssituaties is de rechter van het land waar de schade is geleden ook bevoegd, maar dan moet wel sprake zijn van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en dat land. Het uitsluitende feit dat het financieel verlies in dat land is geleden, is onvoldoende.

Dat het Universal-geschil weinig met Nederland te maken had en de Nederlandse rechter daarom niet bevoegd is lijkt mij een bevredigende uitkomst, maar wel een uitkomst op basis van een onbevredigende toetsingsmethodiek. Het is – zoals het Hof van Justitie dat in het arrest zelf ook memoreert – van belang om bevoegdheidsregels met een hoge mate van voorspelbaarheid te hebben. Art. 5 lid 3 EEX-Vo voldoet aan deze norm, omdat het bepaalt dat de rechter van het land waar de schade is veroorzaakt bevoegd is. Dat is geen open norm, maar een norm met maar een enkel juist antwoord dat op basis van ‘natuurkundige’ regels kan worden gevonden. Over deze norm valt weinig te discussiëren en dat is prettig, want dan kan makkelijk en snel worden bepaald welke rechter bevoegd is en kan de zaak inhoudelijk worden behandeld.

Met de introductie van het ‘Erfolgsort’ als aanknopingspunt heeft het Hof van Justitie een open norm gecreëerd als uitzonderingsregel op art. 5 lid 3 EEX-Vo. De wijze waarop een open norm wordt ingevuld is subjectief, namelijk afhankelijk van het perspectief waaruit de open norm wordt benaderd. Omdat Universal hier in Nederland 2,5 miljoen euro had overgemaakt werd door Universal ongetwijfeld een bijzonder nauw verband ervaren. De Tsjechische advocaten daarentegen hadden weinig met Nederland te maken. Vanuit hun perspectief was er dus geen bijzonder nauw verband. Noch Universal noch de Tsjechische advocaten kan in dit verband een verwijt worden gemaakt, omdat zij het nu eenmaal op een bepaalde manier hebben ervaren.

Vragen die vanuit verschillende perspectieven verschillend worden beantwoord dragen niet bij aan een voorspelbare uitkomst van het antwoord op de vraag welke rechter bevoegd is. Het is daarom geen wonder dat over dit onderwerp veel rechtspraak is. Iedereen heeft immers vanuit zijn eigen perspectief gelijk.

[1] Bijv. HvJ EU 13 maart 2014 C-548/12 r.o. 24-25 (Brogsitter). HvJ EU 28 januari 2015, Kolassa, C‑375/13, EU:C:2015:37, punt 44.

[2] Vgl. HvJ EU 28 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:37 (Kolassa).

[3] Vgl. HvJEU 30 november 1976, zaak 21/76, ECLI:EU:C:1976:166, NJ 1977/494 (Bier/Mines de potasse d’Alsace); zo ook Hoge Raad 26 februari 2015, ECLI:NL:HR:2016:346.

[4] Zie ook arresten van 5 juni 2014, Coty Germany, C‑360/12, EU:C:2014:1318, punt 47, en 10 september 2015, Holterman Ferho Exploitatie e.a., C‑47/14, EU:C:2015:574

[5] Het HvJ verwijst naar de arresten van 21 mei 2015, CDC Hydrogen Peroxide, C‑352/13, EU:C:2015:335, punt 40, en 10 september 2015, Holterman Ferho Exploitatie e.a., C‑47/14, EU:C:2015:574, punt 74.