201602.26
0

Hoge Raad 26 februari 2016: Vrije keuze uit verschillende jurisdicties

Dit arrest illustreert hoe belangrijk het is dat goed wordt gecontroleerd welke rechter bevoegd is om de zaak inhoudelijk te behandelen in grensoverschrijdende geschillen.

Wat was aan de hand?

In 2007 stak een tractor met dieplader een spoorwegovergang over toen de motor afslag en niet meer aan de praat kon worden gebracht. Een passagierstrein die de overgang naderde kon niet op tijd remmen en botste op de dieplader, waardoor het voorste treinstel ontspoorde en het achterste kantelde.

Reaal, dat de vordering tot schadevergoeding van NS en Prorail had overgenomen, sprak de in Duitsland gevestigde producent van de tractor en de in Duitsland gevestigde reparateur van de tractor aan tot schadevergoeding. De grondslag van de aansprakelijk zou gelegen zijn in productaansprakelijkheid en onrechtmatige daad. Het hof oordeelde echter dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was om over het geschil te oordelen. De rechter van de plaats waar het feit zich heeft voorgedaan dat het product heeft beschadigd was volgens het hof bevoegd. Dat zou Duitsland zijn want daar was de tractor (en de ondeugdelijke motor) gemaakt en bovendien vervolgens niet goed gerepareerd.

Plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. De zaak draait om de uitleg van art. 5 lid 3 van de EEX-Verordening, waarin staat dat het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen bevoegd is (tegenwoordig art. 7 lid 2 EEX-Vo II).

De crux is dat de plaats ‘waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ nogal breed moet worden opgevat. Dit is bij een onrechtmatige daad namelijk zowel de plaats waar de schade is geleden (het zgn. ‘Erfolgsort’) als de plaats waar de schadeveroorzakende gebeurtenis plaatsvond (het zgn. ‘Handlungsort’). In deze zaak is de schade geleden in Nederland want daar vond het ongeval plaats. Nederland is dus het ‘Erfolgsort’. De gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt vond echter – als je lang genoeg redeneert – plaats in Duitsland. Daar is de tractor met de gebrekkige motor gemaakt en niet goed gerepareerd en uiteindelijk is dat de oorzaak van het ongeval. Het ‘Handlungsort’ is dus Duitsland. Voor wat betreft de grondslag productaansprakelijkheid is – kort gezegd – het ‘Erfolgsort’ de plaats waar ‘de initiële schade’ is geleden, dus in deze zaak ook Nederland. Het ‘Handlungsort’ is de plaats waar de tractor is gemaakt, te weten Duitsland. Zie HvJ 16 januari 2014, zaak C-45/13).

Keuze uit twee jurisdicties

Het typische aan de zaak is dus dat het ‘Erfolgsort’ en het ‘Handlungsort’ niet met elkaar samenvallen. Welke rechter is dan bevoegd? Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie mag de eisende partij, in deze zaak is dat Reaal, dan zelf kiezen waar hij de procedure wil voeren. In de woorden van het HvJ: “The result is that the defendant may be sued, at the option of the plaintiff, either in the courts for the place where the damage occurred or in the courts for the place of the event which gives rise to and is at the origin of that damage” (HvJ 30 november 1976, zaak 21/76, NJ 1977/494). Reaal mocht de zaak dus voor de Nederlandse rechter brengen.

Conclusie

In deze zaak heeft het onterechte oordeel van het hof dat de zaak niet inhoudelijk moet worden behandeld tot een vertraging van ongeveer vier jaar geleid. De procedure bij het hof begon namelijk eind 2012 en zal pas medio 2016 inhoudelijk worden vervolgd. Dit alles zal ook tienduizenden euro’s hebben gekost. De oorzaak daarvan lijkt te liggen in het feit dat het hof zich niet realiseerde dat het ook bevoegd is als de schade in Nederland was gelegen (het ‘Erfolgsort’). Het hof had kennelijk alleen oog voor het feit dat de schade in Duitsland was veroorzaakt (het ‘Handlungsort’). Dit soort fouten komt vaker voor terwijl de gevolgen zeer ernstig zijn, namelijk dat een geschil vooralsnog niet door een rechter wordt beoordeeld terwijl daar wel om is verzocht. Toegang tot een effectieve rechter is een belangrijk recht dat onder meer in art. 6 en 13 van het EVRM is gewaarborgd.

Het is aan advocaten om goed uit te leggen waarom een zaak inhoudelijk moet worden behandeld en aan rechters om niet overhaast tot het oordeel te komen dat zij de zaak niet zullen behandelen. Deze zaak illustreert goed dat het anders flink mis kan gaan.