201610.17
0

Hoge Raad 2 september 2016: Nieuw standaardarrest over effectenlease

In dit – zoveelste – arrest van de Hoge Raad over effectenlease krijgt Dexia de deksel op de neus.

Zoals in zoveel van dit soort zaken ging het over een particuliere belegger die via Dexia heeft belegd met geleend geld, waarover rente was verschuldigd. De markt stortte in en wat resteerde was een restschuld.

Na heel wat geprocedeer resteerde de vraag of de schade alleen aan Dexia of ook aan de particuliere belegger kon worden verweten. Dexia deed in dit verband een beroep op ‘eigen schuld’ (art. 6:101 BW) en beriep zich daarbij op vaste rechtspraak van de gerechtshoven dat Dexia 2/3e deel van de schade draagt en de particuliere belegger 1/3e deel. De reden dat een particuliere belegger enige blaam treft is – kort gezegd – dat deze zich zelf ook had moet verdiepen in de risico’s.  Het hof oordeelde in deze zaak dat de particulier 20% van de schade moest dragen en tegen dat oordeel wordt door de particulier cassatieberoep ingesteld.

Het nieuwe aan deze zaak is dat Dexia wordt verweten dat de tussenpersoon van de particulier, die de particulier bij Dexia heeft aangebracht als cliënt, beleggingsadvieswerkzaamheden heeft verricht maar niet beschikte over de destijds daarvoor vereiste vergunning. De Hoge Raad toont zich gevoelig voor dit argument en oordeelt dat als Dexia wist of behoorde te weten dat de vergunning ontbrak en beleggingsadvies werd gegeven, de volledige schade (restschuld, rente, aflossing en kosten) voor rekening van Dexia komt.

De Hoge Raad oordeelt zo streng over Dexia omdat de tussenpersoon die als beleggingsadviseur optrad een bijzondere zorgplicht tegenover de particuliere belegger had “zulks mede ter bescherming van deze tegen het gevaar van een gebrek aan kunde en inzicht of van lichtvaardigheid”. Als Dexia wist dat de adviseur niet beschikte over een vergunning en desondanks toeliet dat particulieren op grond van zijn advies met haar in zee gingen, kan dat haar zwaar worden verweten.