201606.07
0

Hoge Raad 3 juni 2016: Overheidsaansprakelijkheid voor vernietigde vergunning

In dit arrest heeft de Hoge Raad nadere regels vastgesteld over de aansprakelijkheid van overheden voor vernietigde besluiten, zoals vergunningen. De Hoge Raad stelt voorop dat degene die op zijn vergunningaanvraag een begunstigend bestuursbesluit (zoals een vergunning) krijgt, ervan mag uitgaan dat dit besluit klopt. Je mag ervan uitgaan dat het besluit voldoet aan toepasselijke wettelijke normen en dat het dus niet zal worden vernietigd omdat het in strijd met de wet is (vgl. HR 15 juni 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC4193 en HR 10 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2598).

Stel dat een begunstigend besluit door een bestuursrechter (onherroepelijk) wordt vernietigd, dan kan je als aanvrager op grond van onrechtmatige daad aanspraak maken op schadevergoeding. Je mocht er immers op vertrouwen dat het besluit voldeed aan de wet. Wel moet worden vastgesteld dat het besluit ook begunstigend was geweest als het wel aan de wet voldeed. Daarvan zal sprake zijn als na de vernietiging alsnog een onherroepelijk begunstigend besluit is genomen.

Het is, zo meen ik, zaak om ervoor te zorgen dat na vernietiging alsnog een begunstigend onherroepelijk besluit wordt genomen. Daarmee voorkom je een discussie waarin je moet aantonen dat het besluit ook in je voordeel was geweest als het wel aan de wet voldeed. Zo’n discussie kan heel complex en tijdrovend zijn.