201409.10
0

Toegang tot de rechter spreekt ook in Nederland niet voor zich

Een van de meest basale rechten is dat op toegang tot een onafhankelijke rechter. Je zou zeggen dat dit in Nederland goed geregeld is, maar in een rechtszaak tussen studenten en acht universiteiten heeft het drie jaar procederen gekost voordat de studenten toegang tot de rechter kregen. De inzet van de procedure is de hoogte van de collegegelden voor tweede studies, die door onderwijsinstellingen wordt vastgesteld en al snel € 15.000,– per studiejaar bedraagt. Ik treed in deze zaak zelf op als advocaat van de studenten.

Wat is er aan de hand? De beslechting van geschillen tussen studenten en onderwijsinstellingen in het Hbo/Wo is toebedeeld aan het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO). Het CBHO is een soort gespecialiseerde ‘onderwijsrechter’. Je mag pas naar het CBHO als je bent ingeschreven als student. Die inschrijving vereist dat je het collegegeld hebt betaald.

Wat nu als je juist naar de rechter wil omdat je het collegegeld van € 15.000,– niet kan betalen en vindt dat het collegegeld (veel) lager zou moeten zijn? De weg naar het CBHO staat dan niet open, want je bent niet ingeschreven als student. Dat kan je immers niet betalen. De juridische oplossing is dat je dan naar de burgerlijke rechter kan (bijv. de rechtbank Amsterdam). Als dat niet zou kunnen, zou je immers naar geen enkele rechter kunnen en dat is in strijd met het recht op een eerlijk proces. In de rechtszaak over de hoge collegegelden gingen de studenten dan ook naar de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank Amsterdam oordeelde op 9 januari 2013 echter dat studenten toch maar ca. € 15.000,– moeten ophoesten, zodat ze hun klachten over de hoogte van het collegegeld aan het CBHO kunnen voorleggen (zie ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8437 voor het vonnis van de rechtbank). Uiteraard gingen de studenten tegen dit vonnis in beroep bij het hof Amsterdam.

Het hof heeft op 26 augustus 2014 een streep gezet door dit vonnis en geoordeeld dat studenten niet ca. € 15.000 hoeven te betalen om überhaupt hun zaak aan een rechter te kunnen voorleggen. Volgens het hof hebben studenten dus toegang tot de burgerlijke rechter als het gaat om een geschil  over de hoogte van het collegegeld dat zij niet kunnen betalen. Daarom zal het hof ook inhoudelijk over de hoge tarieven oordelen (zie http://www.stcau.nl voor het arrest van het hof).

Hoewel het hof hiermee voorkomt dat studenten voortaan grof geld moeten betalen om überhaupt toegang tot de rechter te krijgen, is het opmerkelijk dat er drie jaar procederen aan vooraf moest gaan voordat deze conclusie werd bereikt. Gedurende die drie jaar hebben talloze studenten hun studie opgegeven omdat zij het collegegeld niet konden voldoen en niet naar de rechter konden om de hoogte van het collegegeld aan de orde te stellen. Dat is zuur, omdat inmiddels door het CBHO een aantal maal is beslist dat de hoge collegegeldtarieven niet zo maar zijn geoorloofd (zie http://www.cbho.nl/zaken/2013229).

Dat de toegang tot de rechter nu is ‘hersteld’ is goed, maar dat het zo lang heeft moeten duren is een slechte zaak. De universiteiten kunnen nog naar de Hoge Raad om het oordeel van het hof aan te vechten, maar dat lijkt mij niet kansrijk en het zou louter tot gevolg hebben dat het nog langer duurt voordat er duidelijkheid is over de hoogte van de collegegeldtarieven. Gedurende die tijd zullen nog meer studenten afzien van een tweede studie of hun tweede studie staken bij gebrek aan geld, iets wat diametraal staat tegenover de taak die onderwijsinstellingen hebben en mijns inziens een universiteit onwaardig zou zijn.